bladzijde << 243 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

genipt of de ontgoocheling vermeesterde hem. Was dit zuivere wijn of een aanlengselwoord? Argwanend richtte hij den blik op de maartewoord, wier aangezicht hem heurwoord rein geweten verried. En hij teugdewoord het bokaalkenwoord leeg gelijkwoord hij het een heelmiddel van Mijn-Heer SpiessensSpiessens zou gedaan hebben en zegde nadienwoord:

— De ziel mag er in-zitten, KatrijneKatrijne —, voor mij is zij vervlogen. Nochtans zal ik den wijn niet verzaken, hij houdt mij in leven, of liever: hij houdt mij aan 't sterven. En ik sterf zoo gaarne als ik leefde. Ware het niet, dat ik de zwaluws in het hoofd had, ik verkortte mij het verscheidenwoord misschien. Ligt er nog veel sneeuw, KatrijneKatrijne? Ja? Ik beid op de groote smelting, KatrijneKatrijne. Hoe vergaat het SocratesSocrates? Gij vergeet niet hem te verzorgen? Heeft JaakJaak haver gebracht? Doe nog een paar blokskes op den haard. Danke, mijn dochter.

Veelvuldig hield Pastoor Poncke'sPoncke brein zich bezig met SocratesSocrates. De Heer-God had het hem niet toegestaan dat hij SocratesSocrates in persoon vaarwel zegde. Hij laakte den Heer-God hieromtrent een beetje. Maar het weten, dat SocratesSocrates niet wijd van hem vandaan heemdewoord, stemde hem toch weer dankbaar. En steevast, sinds drie weken, tegen den midnoenwoord, balkte SocratesSocrates hem zijn groet. Het wàs een groet, een teweegbrengen van eene dadige verbinding en KatrijneKatrijne kaldewoord, wanneer zij beweerde, dat het gebeurde uit begeerte naar den voortreffelijken haver van JaakJaak de groenselierwoord. Wat kende KatrijneKatrijne van SocratesSocrates? Niemendalwoord. Maar hij, PonckePoncke, doorkende Socrates'Socrates ziel tot in de verborgenste roerselen. En alswoord SocratesSocrates hem zijn groetnis gezonden had, sprak hij hem toe: — Danke, SocratesSocrates. Ik groet u weder, mijn Vriend. Mijne gepeinzenwoord toeven staagwoord bij u als ik dood ben — ja, gij hoort goed, SocratesSocrates: dóód — als ik dood ben, zult gij uw leven voortzetten zoo schokloos als thans, dit zweer ik u. Ik heb mijne plannen daartoe al genomen, weet ge. Een stervend man heeft den plicht

243
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl