bladzijde << 249 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

vanaf zal komen en dat zij opterminst een kwart eeuw in den Voorhof des Hemels (het vagevuur) zal moeten anti-chambreerenwoord. Gelukkig beduidtwoord een kwart eeuw in de eeuwigheid slechts een tel of wat — maar toch nog lang genoeg om gildig te wroegen over uwe kwezelarijenwoord en na-ijver. Ho, ik zou bijkanswoord uit de biechtwoord spreken. Vergeef het mij, Heer. Ge kunt gaan, KatrijneKatrijne. Danke.

Het werd Maartmaand.

Nu zouden de zwaluwkens, zon Pastoor PonckePoncke, langzamerhand, ginder, in de Zuidersche landen, vergaderen, teneindewoord den tocht naar Vlaanderen onderling te beramen. In den geest zag Pastoor PonckePoncke hen nevenseenwoord snoeren op de dakranden van oriënten en hoorde hij hen twisten op het stuk van het vertrektijdstip. Hier in Vlaanderen had de vriezing algeheel uit. De wind woei uit een zuid-west, volgens KatrijneKatrijne, en ge voeldet de zon duidelijk door uw vel bakelenwoord. Ei, wellicht wàren de zwaluws reeds onderweg, zwermden zij boven de blauwe zee der middellanden. Tja, en alsdanwoord zoude het maar enkele dagen meer lijden eer KatrijneKatrijne hem de blij-marewoord bracht.

— Nòg niets?, vraagde Pastoor PonckePoncke de maartewoord telkens wanneer zij op de kamer kwam.

En Katrijne'sKatrijne ontkenning ontwrichtte hem niet. Het lag in het vaste bestel der dingen, dat de zwaluws zich op zekeren uchtend vertoonen zouden aan KatrijneKatrijne heurwoord oog. En ook PruyckPruyck en de grafmaker waren door haar tot uitspiedenwoord opgevorderd. En dat hij zich al sneller te verzwakken wist, hij legde het zich ten beste uit. Verzwakken was niet: zwichten. Hij zou het voorzeker uithouden.

En tegen het einde van lentemaandwiki boodschapte KatrijneKatrijne hem op een uchtend:

— Ze zìjn er, Eerwaarde!

249
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl