bladzijde << 250 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

Pastoor PonckePoncke duwde zich overeind:

— Ge zegt, KatrijneKatrijne? Ha!

Uitgeput zeeg hij terug.

KatrijneKatrijne boog heurwoord over hem:

— Eerwaarde, wat ìs er, wordt gij niet wèlwoord?

— Er is mij niets, Katrijne-kindKatrijne. Uw bericht overstelpt mij een weinig. 't Is subiet in orde. Blijf, en laat mij efkes bekomenwoord.

Pastoor PonckePoncke had de oogen gesloten. Hij ademde jachtig, herwon de beheersching, monkeldewoord, opende de oogen, zegde zacht:

— Het is mij zeer loom te moede, KatrijneKatrijne. Niet in het rampzalige, maar in het gelukkige. Het zal nu spoedig met mij voorbij zijn. Ik zeg Horatius na: Age nunc, finis meorum annorum…1spreuken

Zijn stem wierdwoord luider:

KatrijneKatrijne, ge moet, op drie ure te noenwoord, Mijn-Heer den Notarius VercuyckVercuyck te mijnent ontbieden. Het is vanwege mijn testamenttestament. Neen, laat het u niet beroeren. Ik lééf nog, Katrijne-kindKatrijne —, ik lééf nog. Als ik weg ben, ga dan uw gang en lucht de borst. Aan vrouwen is dit geoorloofd. Feminis lugere honestum, viribus meminisse.spreuken Dat is, in betrek tot den dood: der vrouwen gevoegt treurnis, den mannen herinnering. Hetgeen in het latijn vervat is, is wet. De wet wil gehoorzaamd worden. Héé, ik word vroolijk, KatrijneKatrijne. Het is bijkanswoord, alsof ik een tikkeltje teveel van den wijn ingeladen heb. Een testamenttestament is een djentewoord zaak. Het is het besommen van uwe bezittingen, waarvan gij u wenscht te ontdoen. Het is het breken van de laatste aarde-banden. Ge weet u hemel-rijp geworden, nadienwoord. Zou men dan niet vroolijk worden? Zend PruyckPruyck als bode, KatrijneKatrijne. Of den grafmaker. Zulks is mij egaal. En wanneer PruyckPruyck of CorneelCorneel zijn taak bij den Notarius vervuld heeft, moet hij naar Mijn-Heeren de Schepene FonteyneFonteyne, SpiessensSpiessens en KoeckaertKoeckaert gaan. Zij dienen te vier ure

© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl