bladzijde << 257 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

— Wanneer u het te fel aangrijpt, Eerwaarde, kunnen wij een moment pauseeren…

— Mijn Vriend, mij grijpt niets aan dan de Dood. en de Dood is begoocheling, is niemendalwoord. Kan niemendalwoord u aangrijpen? Hoor toe.

Item. Ik schenk Mijn-Heer SpiessensSpiessens, ApothecariusSpiessens binnen deze stede, mijn boog en pijlen, opdat hij niet langer schiete met de wapens van Voltairewiki, doch met het wapen van mìj, Benedict PonckePoncke, hetgeen hem stellig van zijne dwalingen heelen zal en zijne wankelingen voorgoed uitroeien.

Item. — Pastoor PonckePoncke monkeldewoord verstolen — Ik schenk Mijn-Heer Antonius Gerardus VercuyckVercuyck, Notarius van Dammewiki, mijnen voorraad wijnen. — Voltòòi, mijn Vriend! En verheug u! Voor slechte wijnen had ik nummer ambitie, gelijkwoord ge weet. Peinstwoord gij, dat ik niet bemerk, dat er een blos op uwe kaken bloeit, welke mij verraadt, hoe gij mijn advijswoord van indertijd praktijkelijk hebt volbracht? Proficiat, mijn Vriend. De wijn leve! 'Laas, ìk ben thans gìj, gìj mìj. De wijn verloor zijne lokking voor mij gelijkwoord hij destijds geen bekoring had op u…

Mijn-Heer VercuyckVercuyck hoestte, tastte naar zijnen neusdoek.

— Een valling, een valling…, prevelde hij verward.

— De lente heeft hare tuimenwoord; zij doet, per exempelwoord, mìj sterven, bevestigde Pastoor PonckePoncke. — Wij zetten voort…

Item. Ik schenk mijnen tijdelijken plaatsvervanger Pater MedardusMedardus van de Dominicaner orde mijn brevierwoord, welke verlezenheid, waaruit mijn noest bestaan ademt, hem uitzonderlijk stichten en het inzicht bij hem wekken zal, dat een simpel pastoorke in devotie zelfs een Dominicaan evenaart en buitendienwoord vormt mijn brevierwoord mijn muzijkboek, want zingend is alle Latijn.

Item. Ik schenk der Heilige Moederkerk… — Gij schrìjft niet, Mijn-Heer VercuyckVercuyck! Ah, schrijf gerust verder, dat gedruischwoord,

257
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl