bladzijde << 258 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

beneden, stamt van de overige Vrienden, van wie ik mij seffenswoord verafscheidenwoord wil — : …Ik schenk der Heilige Moederkerk — hebt gij 't, Notarius? — …der Heilige Moederkerk niemendalwoord, daar ik Haar reeds mijn ganschewoord leven gaf, hetgeen de Liefde is waarvan Sint PaulusPaulus spreekt.

Item. Ik geef mijne geliefde Parochianenwoord mijne innige groetenis en de verzekering van mijn gebed voor hen, hierna, in het Rijk der Eeuwigheid.

Dit is mijn uiterste wil, ten getuige waarvan mijne naamteekening strekke, hieronder gedeponeerd op den — hoeveelsten hebben wij, mijn Vriend? — — Den drijwoord-en-twintigsten, zegde Mijn-Heer VercuyckVercuyck.

— Alzoo: op den drijwoord-en-twintigste van Lente-maandwiki Anno Domini(1)spreuken 1786.

De veder gribberde over het papier.

— Gedáán, zegde Mijn-Heer VercuyckVercuyck, en hij zaaide een handvolleken fijn zand over het geschrevene en beiddewoord.

— Een schóónwoord testamenttestament! Nietwaar, mijn Vriend? Gij vervaardigt ze dusdanig niet elken dag…

— Neen… neen, antwoordde Mijn-Heer VercuyckVercuyck verstrooid en liet behendig het zand weêrom in het glazen potteke riezelen.

— Dróóg, keurde hij.

— Tja, sprak Pastoor PonckePoncke op mijmerenden toon, — tja, mijn Vriend, ik heb zonderling gelééfd en ik stèrf zonderling en ik kan het begrijpen, dat de Kerk zich een tikske voor mij schuwde. Héé, ware ìk de kerk, ik beleed het eender standpunt.

Mijn-Heer VercuyckVercuyck was opgerezen en bood met een hoofschwoord gemeende nijgingwoord Pastoor PonckePoncke het op de map rustend testamenttestament ter onderteekening aan.

— Bij dìt streepke, alstublieft, Eerwaarde.

Moeizaam krabbelde Pastoor PonckePoncke zijn naam neder:

© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl