bladzijde << 260 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

het morituri te salutant1spreuken der Romeinsche gladiatoren toepasselijk. Ik zeg: 'laas. Want ik heb gáárne geleefd, ik hield er zelfs hartstòchtelijk aan. Ik was een groot minnaar voor den Heer, van Dammewiki en Vlaanderen, en ik was diep erkentelijk voor de genegenheid jegens mij van de Dammenarenwiki en voor uwe vriendschap. Er moge zich, wat het laatste aangaat, al eens eene hapering hebben voorgedaan — nietwaar Mijn-Heer SpiessensSpiessens? —, maar wat zoude ons het licht zijn zonder de schaduw! En mede in den hemel, vertrouw ik, zal het licht kenbaar blijken aan de schaduw, al zullen er de contrasten minder scherpelijk schrijnen. Ik verheug mij op den hemel, mijne Vrienden. Mijn-Heer VercuyckVercuyck — het zal u niet ontsnapt zijn — op de vensterrichel staat een bottelwoord bourgogne met vijf kelkskenswoord. Schenk de kelkskenswoord vol, bidde ik u, uitgeweerd het mijne — ik wensch slechts voor de leus bescheidwoord te doen, een volwaardige dronk is mij namentlijk te machtig geworden.

Pastoor PonckePoncke verstilde.

Mijn-Heer VercuyckVercuyck schònk, reikte allen hun glas.

Pastoor PonckePoncke tilde het zijne. Zijn gebaar was onzeker. En zijn stem wankelde:

— Mijne Vrienden, dit is, gemeten met aardsche maat, een afscheid voorgoed. De Dood waart door deze kamer — ook gìj ervaart zulks. Mijn puike Vriend de BaljuwBaljuw zegde mij eens een variant op de uitspraak van den filosoof Toxaris, een uitspraak omtrent Solon en Athene: Viso PonckePoncke vidisti omnia0spreuken: Hebt gij PonckePoncke gezien dan hebt gij alles (te Dammewiki) gezien. De Baljuw wilde te kennen geven, dat ik, PonckePoncke, Dàmme ben. Geestelijk geredeneerd zal mèt mìj Dammewiki zijn ondergegaan. Met eenig voorbehoud en zonder te willen ijdeltuiten, geloof ik, dat onze Vriend de BaljuwBaljuw niet ganschwoord falikant mikte. Nietwaar? Danke

© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl