Eerbied uit PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

Vreugde maakt argeloos. En zoo kon het geschieden, dat Pastoor PonckePoncke, in het hart van het bosch gekomen, beminnelijk als immer het zestal verlompte, zwarte venten, dat rondom een hoogbrandend houtvuur geschaard zat, zijn knikkenden groet bood en onverwonderd passeerde. Op hetzelfde moment trad een zevende havelooze vent van achter een eikstam en snakte SocratesSocrates bij den teugel.

(…)

Laat SocratesSocrates toch vrij, alstubelieft… Ik begin waarlijk te gelooven, dat gij tot het rooversrot behoort… Het zij zoo. Doch zulks verleent u nog niet het recht een geestelijke te belagen. Koestert gij geen eerbied voor mijn kleed? Neen? Voor twee soutanenwoord dan? Zie, ik heb er twee aan vanwege KatrijneKatrijne heurwoord zusterlijk inzicht… Neen? Voor mijn getonsuurdewoord persoon? Evenmin? Voor twee toogenwoord èn mijn gewijde persoon? Neen? Dat versta ik niet, dat versta ik niet…, hoofdschudde Pastoor PonckePoncke.

(bladzijde 171-172)
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl