— Broers, welk een kluchtige paap
. Waarachtig ik ben bijkans
bekwaam
hem te laten loopen!
— Zulk malsch spek, ge zoudt wel zot
zijn!, watertandde een
schelm.
— Ik proef den smaak van de hesp
in den mond, uitte
hoopvol
een ander.
— Mijn vriend, kaatste Pastoor Poncke
, — dan hebt ge geen
hesp
meer noodig.