Hond uit PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

Zoo betraden zij den tweede hof. Pas taaktenwoord Pastoor Poncke'sPoncke voeten op het erf, of, God-weet-waar-vandaan, schoot, onheilspellend, blikkertandendwoord een enorme hond op hem af. Met tegenwoordigheid van geest bukte Pastoor PonckePoncke naar een nabijen steen, teneindewoord zich ermede tegen een, volgens hem gewissen, aanval te verweren, en klemde zijne vingeren om het wapen, dat echter niet van den bodem vrij te willen scheen. Het zweet brak Pastoor PonckePoncke plotseling uit. — Héé, siste hij nijdig bij zichzelve, — welk een onmogelijk hof, waar men de steenen op den bodem vastlijmt en de honden los laat loopen!

(bladzijde 165)
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl