Jaak uit PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

Katrijne-dochterKatrijne, ik heb met JaakJaak den groenselierwoord niemendalwoord vandoen. Ik schik de zaken mijns levens naar mijne inzichten en niet naar JaaksJaak advijzenwoord. (…) En wanneer JaakJaak zoo vermetelwoord is zich ongewenscht ten onzent te melden, zeg hem, dat ik niet thuis ben.

En Pastoor PonckePoncke trok naar de boekerijwoord en teugdewoord er geneuchtelijkwoord van den wijn. Hij had zich een tweeden kelkwoord ingeschonken alswoord de klopper rammelde en hij KatrijneKatrijne uit de keuken naar de voordeur hoorde slefferenwoord. …Een negotie-ventwoord, bevroeddewoord hij. …KatrijneKatrijne zou weer knoopkes koopen voor een stuiver. Zij kocht altijd knoopkes, KatrijneKatrijne. Het leek lijkwoord een kranktewoord van haar, dat knoopkes koopen. Och, eenelk zijne liefhebberijen… Ha, neen: het was geen negotie-ventwoord! Het was warempel JaakJaak de groenselierwoord. Efkes luisteren, hoe djentwoord KatrijneKatrijne hem de pastorijwoord uitloodst! Er rees plotseling erge wrevel in Pastoor PonckePoncke. JaakJaak liet zich niet afschepen. Zijn stem wierdwoord al luider en elk woord helderwoord verstaanbaar.

KatrijneKatrijne, Mijn-Heer Pastoor is wèl thuis. Tist de smid zag hem een kwart uurke verleênwoord de smisse voorbijgaan met zijnen ezel. Hoe durft gij het zoo leelijk volhouden, KatrijneKatrijne. Mijn-Heer Pastoor is thuis en ik verg hem op slag te spreken. Het betreft een zaak van gewicht.

— Eerwaarde is niet hier!, verweerde KatrijneKatrijne heurwoord schel.

KatrijneKatrijne, geen larie-kalwoord. Hola, daar heb ik u! De ezel balkt! Geen beter bewijs!

Inderdaad, Pastoor PonckePoncke vernam het eveneens: SocratesSocrates balkte uitbundig…

Er viel een stilte in den gang.

Pastoor PonckePoncke duwde zich kregel uit den zetel omhoog, stapte naar de boekerijdeurwoord, rukte deze op een breede kier open en stak zijn hoofd in de gang.

— Zoo, snauwde hij den verbijsterden JaakJaak in 't gemoed, — wanneer ik niet thuis ben, bèn ik niet thuis. En schaam u, een ezel te gelooven en niet mij, ouden, bezadigden paapwoord!

(bladzijde 217-218)

Dit verhaal is overgenomen uit de grote schat aan Hodjawiki-verhalen:
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl