Kat uit PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

— Wat schort er, KatrijneKatrijne, dat gij zoo tekeergaat?

— Ah, die leelijkaard van een MoorkeMoorke!

— Leelijkaard, Katrijne-dochterKatrijne? Waarom?

— Omdat hij 'ne halve schellevisch heeft gestolen, brieschte de maartewoord, en op een schotel duidend: — Of is dit soms een hééle schellevisch? Alsof ik hem tekort doe, alsof ik hem niet van de straat heb opgeraapt, alsof ik hem niet lijkwoord een lieve-bloed behandel. CorneelCorneel zegde de waarheid. CorneelCorneel zegt: — Gij kunt een kat verknuffelen zooveel gij het verkiest — ze blijft een kat, een geniepigaard, een valscherikwoord, zegt CorneelCorneel. Maar ik wilde daar niets van hooren. MoorkeMoorke is geen kat gelijkwoord alle katten, zegde ik CorneelCorneel. Maar CorneelCorneel zegde: — Een kat is geen hond, ik verwittigwoord u! Ah, leelijke schellevischdief!, dreigde zij het op een stoelzatewoord knip-oogend MoorkeMoorke.

KatrijneKatrijne, mijns erachtenswoord betichtwoord gij MoorkeMoorke op bijsterwoord lossen grond. Strijk niet re rapwoord vonnis. Stond dat venster alsaanwoord open? — Ik ben geen seconde uit mijn keuken geweest. Ik ga efkes naar den kelder, keer weêrom en vind dìt. Geen ander dan MoorkeMoorke heeft de dieftewoord gepleegdwoord. Het is om zotwoord te worden.

KatrijneKatrijne, hebt gij MoorkeMoorke deez' morgen op de schaal gezet?

— Ja, en ik weeg hem nooit meer. Ik trek mijn hand van hem af. — KatrijneKatrijne, hoeveel wóóg MoorkeMoorke?

— Zeven onsen, als gij het weten wilt. Maar wat heeft dat ermede te maken?

— Mogelijk veel, KatrijneKatrijne. Zeg mij eens: hoeveel woog de schellevisch?

Prontwoord veertien onsen, zegde KatrijneKatrijne vol onwil.

— Héé, sprak Pastoor PonckePoncke verrast, — de helft van veertien onsen behelst zeven onsen. Lang mij de schaal, beval hij. Schóónwoord. Danke. Ik bied u een experiment, dochter-KatrijneKatrijne, van het zuiverste water. MoorkeMoorke is voorzeker onschuldig. Een vreemde kat is de roover, profeteer ik u. Lang mij thans de overgebleven helft van de schellevisch. De helft weeg zeven onsen, nietwaar?

Peinstwoord ge, dat ik niet wegen kan?

— Niet zoo onstuimig, mijn dochter. Heeft MoorkeMoorke recht op een pleiter of niet? Lang mij MoorkeMoorke, KatrijneKatrijne.

De maartewoord gehoorzaamde stuurs.

KatrijneKatrijne, ge gedraagt u onrechtvaardig, geloof mij. Zie, ik doe MoorkeMoorke op de andere schaal. MoorkeMoorke van zeven onsen. Ei, wat geschiedt er, KatrijneKatrijne. De schaal balanceert, de naald wijst het middenste cijfer. En nu vraag ik u in gemoede: is MoorkeMoorke schuldig of niet schuldig? Nìet schuldig, KatrijneKatrijne. Want wanneer dit uw MoorkeMoorke is, waar is dan het verdwenen schellevischstuk? En wanneer dit het verdwenen schellevisch-part verbeeldt, wáár wijlt uw MoorkeMoorke?

(bladzijde 232-233)

Dit verhaal is overgenomen uit de grote schat aan Hodjawiki-verhalen:
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl