— Tenden
geslapen, dochter Katrijne
?
— Geslapen, geslapen…, stoof de maarte
op. — Welheere,
geen oog had ik dicht deez' nacht van de danige kopkrankte
.
— Kopkrankte
, beleerde Pastoor Poncke
ernstig, (…)
bevat geenerlei reden niet te slapen.
Contrarie
ge moet dan juist wèl
slapen, de krankte
berokkent u
alsdan
geene hindernis.