de Vlaamse woorden met een L bij PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
labeuren
werken (van 'labore')
lachen
verleden tijd: loechen
laken
afkeuren; wollen stof
lamenteeren
weeklagen, jammeren, kermen
larie-kal
flauwekul
lavei-zuchtig
gemakzuchtig
laveien
lanterfanten; al rondlopend voedsel zoeken
lavoor
?
lawijt
lawaai, geluid
lawijten
lawaai, geluid maken
leep
slim, listig
lenden
taille
lendenen
benedenrug
lentemaand
maart
lest
laatst
lijk
gelijk, net als
lijnwaad
linnen, linnengoed
litaneeren
smeekbeden opzeggen; klagen
livrei
uniform van een mannelijke huisbediende
lochting
tuin, hof
lommer
schaduw
luiken
sluiten, dichtdoen; verleden tijd: loken
luim
gril, kuur
lurpen
?
luttel
geringe hoeveelheid, weinig
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl