Mes uit PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

(Er ligt een mes op straat en een man legt uit.)

(…) Voor een halve stondewoord stuiktewoord er een leidekker van dat dak op de kasseienwoord, dood, met gekraakten wervel. Ze hebben hem op een berriewoord weggevoerd naar 't patersconvent in de Kruisslop. Och-arme, hij laat wijfwoord en twee schapen zonder uitzicht op de wereld. Stijf wreed, Mijn-Heer Pastoor. Kom dichter bij mijnen kop. Nu kunt ge 't treffelijkwoord waarnemen.

— Inderdaad, beaamde Pastoor PonckePoncke — een vlijmewoord puntige knijf.

— Ja 't, prontwoord, zegde het peekewoord. — Ge rijdt gij op 'nen ezel, Mijn-Heer Pastoor?

Gelijkwoord Onze Lieve Heer, knikte Pastoor PonckePoncke en op mijmerenden toon vervolgde hij: — Héé, ik mag er niet op peinzenwoord

— Wat vermeentwoord Mijn-Heer Pastoor?

— Op dat mes, huiverde Pastoor PonckePoncke, — De man had erin kunnen vallen… een geluk, dat hij eraan ontsnapte…

(bladzijde 199)
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl