Nonkel uit PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

Ik ben een wijs man. Ik won mijne wijsheid bij mijnen nonkelwoord van moederszijde. Men zegt, dat hij boekskes dichtte — nochtans zag ik nooit één zijner boekskes. Maar hij kwam veelvuldig bij ons op logies. Ik geheugwoord hem mij als een rijzigwoord man met een rooversbaard. Hij bereisde de landen van Oriënten als koopman. : — Gij kunt, BenedictPoncke, zegde hij mij bij elk bezoek, — de wereld dóórkomen met twee wijsheden, onthoud zulks! Maar nooit, mijn Vriend, rochtwoord mijn nonkelwoord zoo ver, mij zijn koppel wijsheden te veropenlijken — immer wierdwoord hij op het moment der ontvouwing door het een of ander belemmerd. Doch in het jaar van zijn dood… Ik moest vóór hem komen staan. Ik biechtwoord u, dat ik bééfde van bewogenheid, mijn Vriend. Zijn handen daalden op mijne schouders en hij bliktewoord mij door de oogen tot in de ziel: — BenedictPoncke, sprak hij plechtig, — gij kunt de wereld sterk door-komen met slechts twee wijsheden, onthoud zulks! Mijn nonkelwoord wachtte een poozewoord, voer alsdanwoord voort: — BenedictPoncke, de eerste wijsheid luidt… Ai, den droes, BenedictPoncke, ik ben haar warelijkwoord vergeten… Maar dit verscheeltwoord niemendalwoord. De tweede wijsheid is zonder twijfel de gewichtigstewoord. Ik kondig u de tweede wijsheid. Luister. Zij luidt…

Pastoor PonckePoncke brak af, murmelde — Héé! Héé! — en ving zachtjes te lachen aan:

— Héé, Mijn-Heer SpiessensSpiessens, wilt gij wel van mij aanvaarden, dat ik de tweede wijsheid vergeten ben!…

(bladzijde 86)

Dit verhaal is overgenomen uit de grote schat aan Hodjawiki-verhalen:
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl