Regen uit PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

(…) och, Heer, zend een hemelkuipken nat over hun gronden opdat de versch geschoren beemdenwoord malsch groenen en, bovenal, de koorns zwellen van de welligheid!

Heer, gedenk die van Dammewiki — de overigen in Vlaanderen moeten, zoonoodig, het hunne maar doen, ìk weid aléén mijne parochiewoord —, gedenk hun geschokte hoop en gemuizeneer en —, och, gedenk, Heer-God, tevens Uwen Dienaar en diens moeshoveke achter de pastorijwoord, alwaar de salade zoo triest schrompelt — het is toch, zoo régen Uw wil is, voor U ééne handeling, nietwaar? …

(…)

Bij het hofpoortje der pastorijwoord klom Pastoor PonckePoncke van SocratesSocrates af. Hij kwam met het dier binnen het eigen omhein, stapte meteenen tot over de gespschoenen in het water en sipte op zijn groenselveld, dat niet langer scheen te bestaan, want volledig blank stond van water.

— Héére, SocratesSocrates, stietwoord hij uit, — mijn veld is verloren!

Teleurstelling donkerde over Pastoor Poncke'sPoncke gelaat, verzwond ten deele. En zoo blijmoedig als hem moogelijk was, zegde hij tot God:

— Heer, hoe zoude ik U hiervan betichtenwoord? Wel hebt Gij in al te rijkelijken overvloed mijn veld met Uw regen gezegend, maar schuldig zijt Gìj nìet. Neen, niet gìj zijt hieraan schuldig, doch ik, Benedict PonckePoncke, die U dezen moeshof heeft aangewezen!

(bladzijde 94-95/105)
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl