Schapen uit PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

Vannacht had ik een droom. Ik verhaalwoord hem u. Ik droomde dat ik verscheidenwoord was en het hemelsch land betrad en voor het aanschijn Gods geleid werd. Vanuit een Licht, witter dan sneeuw en hetwelk mij verblindde en nederknielen deed, vernam ik Gods schoonewoord Stem. God was mij mild gezind, geloof mij. God nu vroeg mij: — Pastoor PonckePoncke, hoe stellen het uwe schaapkens, daar beneden, binnen Dammewiki? Ik, PonckePoncke, zweeg. En God hervraagde mij: — Pastoor PonckePoncke, hoe stellen het uwe schaapkens daar beneên, binnen Dammewiki? En ik, PonckePoncke, zweeg wederom. En ten dèrden male vraagde God mij: — Pastoor PonckePoncke, hoe stellen het uw schaapkens daar beneên, binnen Dammewiki? Ach, toen moèst ik den mond wel openen en naar waarheid bekennen en ik antwoordde den Heer-God beschaamd: — Heer, het zijn geen schapen, maar zwijnenwoord!

(bladzijde 137)
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl