Sermoen uit PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

(Pastoor PonckePoncke preekt voor vrijlating voor een groep rovers.)(…) Hoe diep heeft Ons-Heer geleden op deze wereld. Hij had geen steen om zijn hoofd op neer te leggen, en ù, gis ik, gaat het niet veel onkwalijkerwoord. Ons-Heer was een zwerver en ook gìj, schijnt het mij, zìjt het. Hìj zwierf verzeldwoord door zijne Jongeren — gìj handelt vrijwel gelijkelijkwoord hetzelfde, waar gij groepsgewijs ons Vlaanderen afketst. Hij schouwdewoord de pharizeeën ongaarne — zijt gìj liefhebbers van schijnheilige schriftgeleerden? Lijdzaam duldde Ons-Heer alle wanwederswoord, slagregen, donder en tempeestwoord — aan diergelijkewoord ongetijden zijt gìj eveneens blootgesteld. Barvoetswoord toog Ons-Heer over de banen — spijtswoord uw schoeisel kan men ù eveneens barvoetswoord heeten. Hìj bezat slechts één kleed — draagt gìj mede niet ganschwoord uw kleerkaswoord op het lichaam? Zilver noch goud noemde Hij het Zìjne — kunt gìj-liên terecht stoefenwoord op zilver- en goudrijkdom? Hìj werd door Satan in verzoeking geworpen — gìj zijt àlle dagen aan 's duivels verzoekingen onderhevig, och-arme! De Satan voerde Ons-Heer op eenen hoogen berg — ik vermoed zoo, dat de Duivel ook ù bijwijlenwoord de hoogte in stuwt, per exempelwoord een boomkruin in, van waaruit gij het ommewoord afspiedenwoord kunt naar onnoozele reizigers. Ons-Heer wierdwoord door ontalligenwoord veracht — verloopt het ù milder? Hij is door Judas verraden geworden — het eendere lot zal ook ù overkomen, daar één uit uw midden voor Judas spelen zal. Ons-Heer is gegrepen, geketend en gekerkerdwoord geworden — bereidt u voor op hetzelfde. Ons-Heer werd genooptwoord Anas, Kaiphas en Herodes te woord te staan — ook gìj zult eenmaal den rechters bescheidwoord bieden. Met roedenwoord heeft men Hem gegeeseld — met roedenwoord zult ook gìj, indien het niet reeds gebeurde, gestriemd worden. Hèm hing men aan den kruisgalg tusschen twee boosdoeners — mijne priesterlijke fantazij spiegelt mij vóór, dat ook gìj in ongeveer het eender geval zult belanden. Hìj daalde ter helle af en is nadienwoord ten hemel opgevaren — gìj zult Hem hierin navolgen met dit verschil, dat gìj de hel niet verlaat, vermitswoord gìj gedoemd zijt bij de duìvelen te vertoeven en den òpperste der duivelen — tot wien u — bekeert gij u niet rapwoord — mogelijk spoedig, en voor alle eeuwigheid, verwijzen zal God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen!… Naar huis, SocratesSocrates!

(bladzijde 176-177)
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl