Soutane uit PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

(…) Ik noodig u uit in naam mijner BaljuwinBaljuwin op komende week te Maandagavond. Zij viert haar naamdagwoord.

— Gaarne, gaarne, mijn Vriend. (…)(…) De BaljuwinBaljuwin

— Ha-ja, groet de BaljuwinBaljuwin van mij, mijn Vriend.

— …zij hindert heurwoord aan een stofke, zij stroomt over van properiteitwoord. Zij gaf mij de boodschap voor u mede…

De BaljuwBaljuw aarzelde. Zijn zwarte blik smeulde.

— Danke, danke, sprak Pastoor PonckePoncke.

— …de boodschap, hernam de BaljuwBaljuw, inzake uw soutanewoord

— Een eere-dracht, Vriend, zegde Pastoor PonckePoncke niet zonder argwaan.

— …met vlekskes, vulde de BaljuwBaljuw aan. — Duidt het der BaljuwinBaljuwin niet in het booze en verschijn aan haren dischwoord in een andere soutanewoord, smeekt zij u als vrouw en vriendinne.

— Danke, mijn Vriend. De BaljuwinBaljuwin moge gerust zijn, murmelde Pastoor PonckePoncke zich verafscheidendwoord. — Allo SocratesSocrates.

(…)

Dochter-KatrijneKatrijne, zegde Pastoor PonckePoncke den avond van het naamdagfestijnwoord ten huize van den BaljuwBaljuw —, lang mij mijn tweede toogwoord uit de spindewoord.

En alswoord zij het verzoek bewilligdewoord en hem de soutanewoord wilde overhandigen, sprak hij werend:

— Neen, Katrijne-dochterKatrijne, het is niet voor het witwoord door u vermeendwoord. De toogwoord, welke ik draag, tooit nog weken zonder kuischwoord. 't Geen ge te verrichten hebt is dit: ge gaat naar de BaljuwBaljuw-huizingwoord en reikt er het kleed over. Héé, wat bevreemdt u daaraan, KatrijneKatrijne? De toogwoord is simpellijk door BaljuwBaljuw en BaljuwinBaljuwin op het banket genood, teneindewoord den naamdagwoord te vieren der BaljuwinBaljuwin. Buiten twijfel zal zij heurwoord er bij uitstek vermaken — uit ervaring weet ik, dat een banket in de Reigerstraat eene flonkerende festiviteit beduidtwoord. Gij weifelt, KatrijneKatrijne? Ik ben anderszinds geene weifelingen van u gewoon. De toogwoord ìs ten dischwoord gevraagd, geloof mij. Het zou on-schoonwoord zijn een personaliteit gelijkwoord Mijn-Heere de BaljuwBaljuw schennis te berokkenen inzake nobele zede. Flukswoord, KatrijneKatrijne, het is nijpendwoord tijd, dunkt me.

Pastoor Poncke'sPoncke ernst verwon de maartewoord.

Zij ging.

En keerde — mèt toogwoord en een epistelkewoord.

— Héé, KatrijneKatrijne, wat is dat nu? De BaljuwBaljuw verweigert mijne toogwoord den toegang? Onmanierlijk, acht ik zulks. Danke, KatrijneKatrijne, ge hoeft op niets te wachten. Het briefke zal ik seffenswoord lezen. Danke, KatrijneKatrijne.

KatrijneKatrijne verwijderde heurwoord. Pastoor PonckePoncke ripte het epistelwoord open. Het bleek hem door een vrouwehand geschreven. Hij las:

Eerwaardige Heer en Vriend,

Ach, er woekert een misbegripwoord tusschen u en mij. Ik sta eraan schuldig. Pardonneer mij, bidde ik U. Niet Uwe soutanewoord wenschte ik ten onzent, doch U, Uw persoon, want meer dan Uwe soutanewoord vereeren wij Pastoor Poncke-zelvePoncke. Kom gelijkwoord gij wilt, hoedanig ook uitgedost. En kom dadelijk. Gij gaaft mij eene fijne lesse. Vergeef mij mijne vrouwelijke hoovaardijewoord. Ik heb begrepen. Wij en de dischwoord beidenwoord U met ongeduld.

Me-Vrouwe Isabella ten Hoogdaele.

Pastoor PonckePoncke stapte naar de keuken.

KatrijneKatrijne, dat briefke was van de BaljuwinBaljuwin. Ik moet naar het banket. Dat met de toogwoord berust op een misbegripwoord. Gij hebt hem terug in de spindewoord opgeborgen? Danke. Het spijt mij voor hem, want de BaljuwBaljuw weet het woord festijn in daad om te zetten.

(bladzijde 28/57-58)

Dit verhaal is overgenomen uit de grote schat aan Hodjawiki-verhalen:
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl