Tronk uit PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

(…) God heeft mij, armzaligen dienstknecht, gehoor geschonken. Hij heeft mijn gebedswoord màchtig doen zijn. SócratesSocrates, SócratesSocrates: dat is een mirakelwoord! Wie deden mirakelenwoord? De Apostelenwoord en de Heiligen. En al ben ik apostelwoord noch heilige, niettemin bewerkstelligdewoord ik een wonder en zulks duidt op een uitverkozenheid. SocratesSocrates! (Pastoor PonckePoncke werd heel overmoedig!), ik wil het bestaan, deze uitverkozenheid te beproeven… nietwaar? : onderzoek alle dingen en… SocratesSocrates, ziet gij dien tronkboom daar bij de heg? Welnù…

Pastoor PonckePoncke strekte de armen naar den wilg en uittewoord magisch:

— Tronk, in Naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes: kom tòt mij!

De boom roerde zich niet.

SocratesSocrates, zegde Pastoor PonckePoncke spijtig, — het wil niet. Maar, héé, mijn Vriend, klaarde het hem, — als de boom niet tot PonckePoncke wil komen, gaat Poncke-zelvePoncke naar den boom — dat is opterminst een even groot wonder!

(bladzijde 104-105)

Dit verhaal is overgenomen uit de grote schat aan Hodjawiki-verhalen:
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl