Altijd smaalde de grafmaker op
de geringheid van zijn veld-bezit. Hij, Poncke
, achtte het allerminst
gering: Corneel
duidde puur op de breedte en de lengtemaat
ervan, maar vergat de hoogte! En dit feit overleggend,
reisde Pastoor Poncke's
blik vergenoegd van de aarde tot naar
den hemel: zoo verkreeg zijn veld onmetelijkheid.