Verkoop uit PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

(Pastoor PonckePoncke wil zijn ezel SocratesSocrates verkopen en spreekt met iemand daarover.)

— Ge wilt uwen ezel van de hand doen?

— Ik wil zulks, beaamde Pastoor PonckePoncke. — Ik wil zulks, tot mijn leedwezen. Maar niemand hoort naar mij. Hoe eigenlijk verkoopt men zijn SocratesSocrates, weet gij het wellicht?

— Zekerlijk, uittewoord de vent rapwoord. — Laat het maar aan mij over, Eerwaarde.

(…)

Ezels bleken evenwel uiterst karigwoord aanwezig, wellicht, die eene uitgeweerd, in het geheel niet. Hij stelde overal vragen en ontving telkens een vruchteloos antwoord.

(…)

Heer-God, bestel mij, uwen nederigen knecht, een SocratesSocrates —, ontferm U mijner, alstubelieft!

Amper had hij de smeeking beëindigd of hij vernam, boven het marktgedruischwoord uit, een schreeuwende stem:

— Wie heeft er goestingwoord in dezen ezel? Hij mèlde zich voor het te laat is, ik had hem al honderd keeren kwijt kunnen zijn! Ah, welk een machtigwoord beest! Sterk lijkwoord een hengst! Willig lijkwoord een lam! Gezond lijkwoord een snoek! En tegen geringen prijs! Liefhebbers, hìer moet ge zijn —, boeren, mulderswoord, haast u! Welk een machtigwoord beest! Welk een machtigwoord beest!!

Pastoor PonckePoncke dwong druistigwoord een paar boeren opzij. De Heer-God verhoorde zijne smeeking zóó onmiddellijk als ware hij, Benedict PonckePoncke, Hem uitzonderlijk welgevallig. Welk een fraai dier zou het door den Heer-God aangeprezene zijn! SocratesSocrates, SocratesSocrates, hoe zult gìj erbij in het Niet belanden — al zal de heugeniswoord aan u innig voortleven. Zwijgt de roeper nu ineenen! Goddank, ik hoor hem nog. Maar het klinkt wijder weg. Een Teeken Gods herhaalt zich nimmer. Nochtans trekt het gelijkwoord zeilsteen. De roeper roept nog…

Gesmoorder klonk het roepen thans.

Gejaagd spoedde Pastoor PonckePoncke zich voort, mompelde duizend „Verschooningenwoord” vanwege zijn ruig baanbreken en zijn blik zocht rusteloos.

En daar klonk het geroep, hetwelk hij „een psalmodieeren” roemde, wederom nabijer en hellerwoord op. Pastoor Poncke'sPoncke puntige ellebogen porden in ribben en lendenwoord en er wierdwoord gevloekt. Het raakte hem niet. Een groot geluk golfde hem door de ziel. En dan stond hij eensklaps voor den roeper en den ezel van dien roep, stond zoo star gelijkwoord SocratesSocrates te staan plachtwoord… vóór SòcratesSocrates!

(bladzijde 202-206)

Dit verhaal is overgenomen uit de grote schat aan Hodjawiki-verhalen:
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl