bladzijde << 135 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

dáárvan staat hem den balg bijtijdenwoord vol —, voor ù liet hij Hof en stad in den steek en de door u gretig ingezogen kwawoord-marewoord verbreidde zich met de raptewoord van Sathaël-zelve, en ganschwoord Dammewiki zie ik thans — betast gerust uwe hoofden — ge-Mydaswiki-oord. Vraagt een vreemdeling mij, hoeveel dommaards er huizen binnen Dammewiki, ik antwoord hem: Zulks kan ik niet zeggen, wèl het aantal wijzen en dit aantal is één. En hèm ontkomt niets, laat staan uw heimelijke kwawoord-klapwoord — desnoods zouden de kraaien het hem uit-brengen. En die ééne zal u verklaren, datgene waarvan de droes u deelgenoot maakte. Zet uwe lange ooren nog eenmaal, bid ik u, wijdelijk open. Ik ben uw vriend Sathaël! Luister, parochianenwoord, scherp fluister ik — roer niet, alstublieft, gij-liên ginder achteraan! —, scherp fluister ik u: Kerstenenwoord zijt gij, Dammenarenwiki, van eene wonderbaarlijke klaarheidwoord. Ik, een Engel, boodschap u zulks. Nooit verzaaktet gij uwe devoorenwoord en uw Pastoor mag danig contentwoord met u zijn. Hij is het echter niet. Hoe zou hij anderszins den moed hebben een bezwadderdenwoord doode in gewijden grond te begraven en alle de overige eerbare dooden te bezwadderenwoord met den oneerbare — gij weet wien ik met den laatste vermeenwoord, het is dat manneke, dat… Wie zich verdaan heeft, alzoo verhaaltwoord het de kerstenewoord leer, is erger dan een ketter en de hel is hem gewis. Zoo'n persoon staat op één lijn met Judas, die Ons-Heer verkwanselde voor dertig zilverlingenMatteus 26:16 — bewijs eens mijn òngelijk! En dan daagt daar uw Pastoor op, houdt grooten kuischwoord onder de kerstenewoord waarheid en gedraagt zich lijkwoord een ongodist en spreekt een zelfmoorder zalig. De ziel van dien Pastoor is voorzeker zwarter dan zijne soutanewoord. En gìj moet zijn duistere doeningwoord maar dulden en hem mild groeten: „Dag, Mijn-Heer Pastoor!” En hij monkeltwoord u weêrom, gebaart van Lapscheurewiki te komen en gaat voort u aan zijne onzeden te onderwerpen. Betaamtwoord het u echter niet, gerechte kerstenewoord zijnde, uwe maledictiewoord

135
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl