bladzijde << 37 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

put, als straffe voor de ondaad. SanderkenSanderken rebelleerde daarover tegen God en pastoor PonckePoncke. CyrielCyriel had zich verhangen, gewis, en SanderkenSanderken wist niet waarom. Doch dit wist hij: dat CyrielCyriel ondragelijk geleden moest hebben alvorenswoord hij het koord rond den balk knoopte.

— Hoe gaat het, SanderkenSanderken?, vraagde Pastoor PonckePoncke.

SanderkenSanderken keek mokkend op van zijne doeningwoord.

Dof en droefgeestig antwoordde hij:

— Hoe zou het ù vergaan, Mijn-Heer Pastoor, wanneer gij 'nen broer had gelijkwoord ik?

SanderkenSanderken, gij sleept het te zwaar.

— Ziet gíj de helsche vuren in uwen droom en ziet gij uwen broer erin? Ik zie dat, Mijn-Heer Pastoor. En waaraan heeft CyrielCyriel zulks verdiend? Hij was van de mildsten uit.

— Sànderken…

— Gij wilt het mij uit den kop klappenwoord. Maar de Schrift vonnist CyrielCyriel. En is de Schrift Gods Woord of niet?

SanderkenSanderken, oorzaken kunnen veel veranderen. Niet elke zelfmoord valt onder het vonnis. Er zijn lieden, die krankwoord naar de ziel zijn, dubbers van nature. Zij lachen niet, schuwen de zon, zinnen op zwartheid. Op een moment wordt het hun te veel, er knakt entwatwoord in hun hart, in hunnen geest — zij vermogenwoord niet langer hun leven voort te zetten. En is God niet een God van genade, SanderkenSanderken? Op Zìjn genade moet gij bouwen en gij merelt binnenkort gelijkwoord voordezen.

SanderkenSanderken hoofdschudde triest:

— Droomen liegen niet, Mijn-Heer Pastoor. Droomen zijn van de ziel. CyrielCyriel brandt. De oogen van de ziel begoochelen niet. Indien gij het bij het rechte hebt, waarom komt God dan niet tot mij in den droom en zegt mij: — Sanderken TeirlinckSanderken, de helsche visioenen gaf niet Ik u in, doch BelzebubMatteus 12:24Marcus 3:22Lucas 11:15. Troost u: Mijne schaal

37
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl