bladzijde << 104 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

meer als daarseffens. Ik zie echter het schofwoord niet. Wacht eens… ik mag het kobbenetwoord niet rijten, de kobbewoord heeft het zoo schoonwoord gevlochten…, — wacht eens, zóó kan ik zien… gìnder gaapt het schofwoord… warempel, de zon valt er door, mijn Vriend. We zullen nog efkes geduld oefenen.

Pastoor PonckePoncke verstrengelde de vingers op den rug, dubde langen tijd over entwatwoord, vezelde nadienwoord:

— Neen, dat kàn niet… En tòch… (dan luider:) SocratesSocrates, ei, de regen heeft opgehouden en de zon wordt weder gebieder. Wij gaan huiswaarts.

Pastoor PonckePoncke voerde, alsaanwoord peinzendwoord, SocratesSocrates aan den teugel het stalleken uit. Weer onder Gods hemel, hield hij verrast halt, met een snokwoord het gelaat heffend.

Bedwongen jubelend, sprak hij:

SócratesSocrates! SócratesSocrates!, Zíe toch! De wereld is nieuw geworden!!…

Hij verstilde, staarde nadenkend voor zich uit, keerde zich dan tot SocratesSocrates en zegde gejaagd:

— Het kan tòch, SocratesSocrates —, het kan tòch! God heeft mij, armzaligen dienstknecht, gehoor geschonken. Hij heeft mijn gebedswoord màchtig doen zijn. SócratesSocrates, SócratesSocrates: dat is een mirakelwoord! Wie deden mirakelenwoord? De Apostelenwoord en de Heiligen. En al ben ik apostelwoord noch heilige, niettemin bewerkstelligdewoord ik een wonder en zulks duidt op een uitverkozenheid. SocratesSocrates! (Pastoor PonckePoncke werd heel overmoedig!), ik wil het bestaan, deze uitverkozenheid te beproeven… nietwaar? : onderzoek alle dingen en1Tessalonicenzen 5:21SocratesSocrates, ziet gij dien tronkboom daar bij de heg? Welnù…

Pastoor PonckePoncke strekte de armen naar den wilg en uittewoord magisch:

— Tronk, in Naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes: kom tòt mij!

© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl