bladzijde << 141 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

TWEEDE BOEK

WINTER

Na een korten, milden herfst sloeg hard en onverhoeds de winter over het land. Twee weken aaneen leed de vriezing en bevloerde tot drie mansvuisten dik wateringenwoord en kreken. Het Damschewiki volk schaverdijndewoord; zelfs de zeer bedaagdenwoord snoerden de ijzers onder en streken gildig over de banen, want die van Dammewiki zijn van ouds befaamde rijders geweest.

Ter kreken vierde men lijkwoord foorwoord. Alom waren er kraamkes verrezen, alwaar men warme dranken sleet en reepkoek en moppen. Bruggelingenwiki kwamen de vaart langs geschoten, mengden zich onder Pastoor Poncke'sPoncke parochianenwoord, joelden en joolden, zochten de minnewoord der meidekens, hetwelk somtijdswoord bloed deed vloeien, daar de Dammenarenwiki de waanwijze Bruggelingenwiki geen goed hart toedroegen. Deze haat stamt van eeuwen her, toen Dammewiki de Brugsche stede ver naar de kroon stak — en zij zal blijven muikerenwoord tot het einde der tijden.

Helwoord blauwden de dagen. De zon poogde geniepig te priemen met haar lestewoord kracht. De nachten fonkelden. En dag en nacht trokken, ijl krijschend, wiggen en noordganzen over en der oudste boeren profecije behelsde vele onheilen. Maar wier hoorde ernaar? Er viel geneuchtwoord te oogsten bij schepels, de ijzers zongen

141
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl