bladzijde << 155 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

misschien op hetzelfde moment zich afspeelde op hunnen hof — de marewoord van roovers had intusschen scherper gedaante aangenomen —, vergaten deze bangte bijkanswoord voor den angst, welken Pastoor PonckePoncke omtrent het hiernamaals in hen teweegbracht. Het sermoenwoord loonde in zooverre, dat 's anderendaagswoord de knechten dierwoord boeren zich ter pastorijwoord meldden met vleeschwaren en meel. Het viel Pastoor PonckePoncke op, dat geen hunner hem geld voor zijne armen deed aanbieden. : — Geld, KatrijneKatrijne, rijmde hij tegen de maartewoord, — is duvels geweld! De duivel weet, hoe men met munt, mijn dochter, het zekerst Ons-Heer bestrijden kan. — Dagen verkeerde Pastoor PonckePoncke na den kerstmis in onvree. Daarbij kwam nog, dat KatrijneKatrijne op een uchtend Pieter de ConinckPieter dood in het kiekenkotwoord aantrof. Getrouw had de haan tot op het lestewoord den dag gekraaid gelijkwoord in den zomer zóó schel. De bron van zijn schielijkwoord verscheidenwoord was niet te ontdekken. KatrijneKatrijne heurwoord betoog, dat het voorzeker door de gestrengelijke koude gekomen was, wierdwoord door Pastoor PonckePoncke een fabel geheeten. PieterPieter had immers alsaanwoord rijkelijk voeding ontvangen? Was een der hènnen bezweken? Neen. En hennen zijn gemeenlijkwoord, want uiteraard, zwakker dan hanen. : — PieterPieter is het slachtoffer eener hartbrake, KatrijneKatrijne. Herinner u zijne bestendigewoord vurigheid. Hij heeft teveel gloed gehad. Hij heeft zijn jarenlangen ijver met den dood moeten becijnzenwoord. CorneelCorneel zal ik opdragen hem te begraven in den hoek nevenswoord den stal van SocratesSocrates. Ik vind het heel spijtig dat PieterPieter dood is…

En Pastoor Poncke'sPoncke grijze stemming onderging niet de geringste verandering, alswoord hij een twee dagen nadienwoord ontwaakte door een uit den moeshof klinkend hanengeschetter. Beneden, bij KatrijneKatrijne gekomen, reptewoord hij er met geen syllabewoord van. Maar KatrijneKatrijne begon erover. Gisternanoenwoord, verhaaldewoord ze, had Mijn-Heer Baljuw HemerijckBaljuw in 't verduikwoord een nieuwen haan doen brengen, een

155
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl