bladzijde << 209 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

KatrijneKatrijne

De reis naar Bruggewiki had in Pastoor Poncke'sPoncke dagelijksche doeningwoord een aanmerkelijke kentering teweeggebracht. De brevieringwoord, voetelingswoord thans, beperkte zich tot een endeke buiten Dammewiki. En zulks veroorzaakte hem al martelisatiënwoord zat, vermeendewoord hij, om in het Hiernamaals door Ons-Heer van het Vagevierwoord te worden vrijgepleit. Bijwijlenwoord deed hij zich door den ongezadelden SocratesSocrates vergezellen en SocratesSocrates dreveldewoord nevenswoord hem gelijkwoord een getrouwe hond en had geen neiging tot „vereeuwigingen”. Diergelijkewoord „vereeuwigingen” rekende Pastoor PonckePoncke, bondig, tot de kwalen des ouderdoms te behooren — en grijslingen nooptwoord men niet tot arbeid — bijaldienwoord had Corneel CaboorCorneel het bij het rechte. En wanneer de likdorens Pastoor PonckePoncke eens heel verwoed plaagden, verzuchtte hij grif:

— We worden oud, we worden beiden oud, Socrates-vriendSocrates!

Het gebeurde wel, dat, als Pastoor PonckePoncke binnen Dammewiki weerkeerde van de brevieringwoord, hij het aangezicht pijnlijk vertrok en de voeten vreemdig hoog van de bolle kasseidenwoord oplichtte. Alsdanwoord kwamen zijn parochianenwoord compassieuswoord met raad en remedie. Doch hiervan wilde hij niemendalwoord hooren en zelfs kon hij bijkanswoord uitvaren:

— Vriend, gij zijt met de priesterlijke ziel kwalijkwoord op de hoogte. Moet ìk u niet een exempelwoord zijn van kruisdraging? Zwijg mij over

209
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl