bladzijde << 255 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

de steen de uwe is. Dieswoord houdt hij uw naam heftig in leven, spijtswoord uwe oogmerkenwoord.

— Héé, dan geschiedt het volkomen buiten mijn schuld en jaag niet ìk op roem, maar de roem op mìj. Tegen zoo entwatwoord kan ik mij niet verdedigen, Mijn-Heer VercuyckVercuyck. Ik ga verder.

— Ik luister, Eerwaarde.

— Item. Ik schenk Katrijne Celestine HouwaertKatrijne, mijne maartewoord, die mij heurewoord kostelijke dienstbaarheid uitermaten gaaf toewijdde —, ik schenk KatrijneKatrijne alle mijne meubelkens en al het keukengerief et cetera, en al mijn baarwoord geld plus de twee waardepapieren, welke te vinden zijn op het schabwoord in mijne librije achter de root boeken… — Ja, mijn Vriend, ik ben rijker dan ik vermoedde. Die actes erfde ik voor jaren van een nonkelwoord van mij. Ik was ze vergeten. Ze lagen al dien tijd op het schabwoord. Ik ontdekte ze eenige maanden her. Ze zijn van een scheepvaartsociëteit — wèlke is mij ontglipt. Ik dacht, dat ze waardeloos waren geworden, maar de BaljuwBaljuw zegde mij het tegendeel. Och, ik hechtte nooit aan munt. Het is een demonieke uitvinding. Wat hebt gij zooefkes neergeschreven, mijn Vriend?…

— …twee waardepapieren, welke te vinden zijn op het schabwoord in mijne librije achter de root boeken…, las Mijn-Heer VercuyckVercuyck stijvelijk.

— Danke. …opdat zij — de maartewoord, mijn Vriend —, opdat zij heurwoord inkoope op het bagijnhofwoord en een wit leven leide tot aan haar stervenszucht.

Item. Ik stel mijn weergaloozen Vriend SocratesSocrates, dien ik in den hemel zal wederzien — de dieren belanden allen in het paradijs, mijn Vriend, vermitswoord zij schuldeloos zijn. Toefden zij niet reeds in den Hof van EdenGenesis 2:15, den Tuin der Gelukzaligheid door den Heer-God oorspronkelijk als bestendigwoord bedoeld? Hebben zij hun recht op den hemel deels verbeurd, gelijkwoord de domme mensch?

255
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl