bladzijde << 25 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

Hij ontgrendelde haar en bood SocratesSocrates den voorrang:

— Alstublieft, kompaan.

SocratesSocrates stapte langs den meester onder de steenen boging door en halteerdewoord prontwoord nevenswoord den vervaarlijken zwerfsteen (een vondst uit de voormalige bedding der Zwenewiki nabij Dammewiki), welke door Pastoor PonckePoncke gebezigd werd teneindewoord den hoogbeenigen SocratesSocrates vlot te kunnen bestijgen. De poort viel achter Pastoor PonckePoncke op de klink. De paapwoord stapte op den steen — een meteoriet, doopte hij hem — trok zijnen toogwoord een endeke opwaarts en steunend op het zadel zwaaide hij zijn rechterbeen onsierlijk over Socrates'Socrates rug. En zat en scharrelde de voeten in de beugels.

Nog wachtte SocratesSocrates.

Pastoor PonckePoncke opende zijn brevierwoord.

— Allo, gezel.

En SocratesSocrates ging. Gemoedelijk en niettemin fier. De teugel haakte over den zadelknop. De breviertochtwoord vergde geen uitzonderlijk bestierwoord. SocratesSocrates kende de stelde route zoo wèlwoord als Pastoor PonckePoncke. Kuren en norsche nukkigheden had hij zelden. Pastoor PonckePoncke reed, maar hij las geen syllabewoord uit het getijdenboek louter vanwege het geneuchtwoord zoo aangenaam te rijden langs de getrapgevelde huizekes in de richting van het Marktplein.

Eerbiedig begroetten hem de passanten, van borgerwoord tot buildrager. De spichtige Apotheker SpiessensSpiessens, in bleekblauwen rok en blootpruiks, stond wijdbeens op den drempel van zijn bedrijf, alwaar de Salamander uithing, een lange Hollandsche pijp te smoerenwoord, die hij, als Pastoor PonckePoncke voorbijkwam, bijwijze van begroetenis efkes omhoog stak. Pastoor PonckePoncke ergerde zich alle dagen aan deze onhoofschewoord gestewoord van de pillendraaier en poederstamper. In zekeren zin waren zij vijanden. Want de

25
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl