bladzijde << 49 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

— Beter, Corneel CaboorCorneel, dat men lacht op een levende dan op een doode. …Luister, het luiden mindert, zindert voorgoed uit… Wat ik zeggen wilde, CorneelCorneel, mijn perceel grond…

— Ik ga het slaglings bedrichtenwoord, Mijn-Heer Pastoor.

Schoonwoord van u, CorneelCorneel. Danke.

De grafmaker droop af.

Pulvis es et in pulverem reverteris1spreuken, prevelde Pastoor PonckePoncke, plaatsnemend aan zijn werktafel teneindewoord zijn sermoenwoord te bouwen voor den naastbijen zondag. Pastoor PonckePoncke schreef zijne sermoenenwoord steeds neer — heelder bundels lagen er in de spindewoord nevenswoord den schouwmantel. Maar wanneer het uur der Zondaagsche mis klepelde trok hij zonder geschreven sermoenwoord ter Onze-Lieve-Vrouwe, beklom den kanselwoord en daverde voor de vuist weg over het eerste het beste onderwerp, dat hem naar de geest welde.

Pastoor PonckePoncke besneed zorgvuldig de ganzen veder, doopte haar in den inkt en ving met fijne hand te schrijven aan. Hij bewonderde en beminde het eigen schrift bovenmate. Niet ten onrechte wellicht, want de letterteekens lééfden op het lang papierblad permintelijk bezield, zóó smedig van lijn en boging, zóó klaarwoord van bediedeniswoord. Hij betijteldewoord het sermoenwoord: DE LOF DER LUIHEID. Dan schreef hij: BEMINDE PAROCHIANENwoord!, en : Waarom zouden wij de Luiheid niet roemen? Zij koestert ons geliefd lichaam en zij fleemtwoord onzen geest — om van de ziel voorshands te zwijgen. Zij is een der schoonstewoord uitvindingen en op háár beurt schiep zij de donzen spondewoord, die ons wanen doet, niet langer op de aarde, doch in den hemel te verkeeren. Immers, de Luiheid vormt heurwoord den hemel tot een oord van zalig niemendalwoord-uit-richten, het luilekkerland, alwaar u het gebraden gevogelte in den muil vliegt en aangenaam door den strot wordt gespoeld door middel van een uitmuntend gemikten straal uit de wijn-

49
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl