bladzijde << 51 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

Pastoor Poncke'sPoncke veder stokte. Hij staarde den moeshof in, alwaar de grafmaker pootte en zaaide. Hij legde de pen ter zijde, snoof een snuifke en handelde daarna alsof de kitteling van het poeder hem in vervaarlijke niezing nooptewoord. Niets van dien aard echter geschiedde. Hij vattewoord de veder en vervolgde: …het verloren aardsche paradijs!

Alzoo, beminde Parochianenwoord, fliktwoord Vrouwe Luiheid — alzoo flooidewoord zij onlangs binnen onze stede een zeker vrouwmensch. Dit vrouwmensch was op het angeluswoord van den Zondag ontwaakt. Zij had gepland in den nuchteren van den uchtend de polkwoord te ontrijzen en mijn vroegmis bij te wonen. Toen presenteerde heurwoord Vrouwe Luiheid en zemeldewoord haar in de ooren: — Het is buiten killig, het is in de spondewoord buitengemeenwoord zoet toeven. Zekerlijk, gij moogt aan de mis niet verzaken — maar waarom alles met zulk een raptewoord? Gij zijt slechts een menschenkind en ontvankelijk voor vallingen. Waarom kranktenwoord gekweekt? Gij kunt u een kranktewoord vermijden. Rust nog wat uit — angeluswoordluiding is geen misluiding. Rust nog wat uit in de goede warmte van de dekens. De warmte omringt u ganschwoord, streelt door uw bloed, aait elke vezel van uw wezen. En jonwoord u nog een wijlkenwoord sluimer. Het komt u toe, meer dan iemand-el. Ja, ge doet er gunstig aan, de oogschelen te sluiten. Gij sluimert alreewoord. Liefelijke droombeelden schuiven u door de ziel. Gij monkeltwoord erbij. Tja, nu roept de eigenlijke misklok en geen wonder dat gij ontwaakt. Maar uwe leden wegen u zoo zalig zwaar, gij zijt zoo innig loom. Hoort, buiten stuift een katijvigwoord windeke! Stapt gij lijkwoord straal van bedde uw deur uit, de pleuris besluipt u geniepig en over een paar dagen raaskaalt gij in kleffe koortse. Bedenk, dat de Heer-God niet vergtwoord, dat gij uwe gezondheid beschadigt. Sluimer toch verder en beidwoord de mis van tienen, de principaalste van den dag. Ligt gij niet ge-bed lijkwoord op een zomerwolk, ervaart gij niet, hoe gij als het ware

51
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl