bladzijde << 52 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

ieverswoord heemtwoord tusschen zon en aarde — wist gij u ooit zoo licht te leven? Waar zijn slameurwoord en beslommering? Zij bestaan niet langer, en bestonden zij wel ooit? Ik zeg u: de spondewoord des menschen is zijn geheiligste steewoord. Ei, ge sluimert alweder! Gij droomt u op de door mij gezegde zomerwolk, nietwaar? Gij drijft lijze voort door de lucht. Onder u vlakken de landen, de beemdenwoord, fleuren de dorpen, de steden. Maar wat maalt gij om de aarde? Geen grein. Gij sluimert en gij droomt dat gij sluimert. Gij sluimert tweevoudig. Tegen deze heerlijke gewaarwordingwoord wijkt alles vèr weg. Gij sluimert, sluimert en het noentijwoord naaktwoord. Gij wierdwoord van her wakker. Ge zoudt kunnen opstaan nu en voor middag-atewoord zorgen. Och, ge hebt geen honger. Verzaligden hongeren niet. Maar het Lof moogt ge niet verzuimen. Er restwoord u daarvoor ruimschoots tijd. Ge zijt één met uwe spondewoord geworden. Het zou bijkanswoord doodzonde zijn u ervan los te rukken. En gij wenscht zulks ook niet, uwe geweten verbiedt u dien wensch. Sluimer toch, sluimer toch! Gij sluimert, ik zie u sluimeren. Schoonewoord couleurenwoord vertoont de droom, gretig verlustigt gij u eraan en zonder dat het u vermoeienis berokkent. Ja, dit is het luiden van het Lof. Neen, ontwaak niet. De couleurenwoord, welke gij aanschouwtwoord, wegen rijkelijk op tegen een pooverenwoord Lofdienst - en God schept de droomen. Gij sluimert, sluimert, sluimert. Ik sui een liedekijn voor u: „Suja, suja, sluimer zacht…” Aan het venster groezeltwoord de deemsteringwoord.

Weer stokte de veder en Pastoor PonckePoncke onderbrak het sermoenwoord teneindewoord een tweetal kaarsen te ontsteken, wier kandelaren ijdelewoord wijnflesschen verbeeldden. Want werkelijk grijsde de schemering aan de ruiten. En alswoord de pen over het papierblad vaarde, schreef Pastoor PonckePoncke: …Láát het groezelenwoord. Veilig zijt gij in de spondewoord voor de geringste boosheden. Laat het groezelenwoord, laat het duisteren buiten en binnen. Gij sluimert, gij slaapt. De avond

© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl