bladzijde << 53 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

ruischt, sterren blinken, het is nacht. Gezegend zij uw spondewoord. Ei, hoe raakt gij opeenen in ongemak?! Gij ziet mìj in uwen droom. Ben ik niet schóónwoord? Ik zal enger bij u komen. Uwe oogen spalken open, schrillen in de mijne. Ja, ik lig òp u. Ha, gij zijt star van angst! Ik preswoord mij op uw maagstreek, uw borst. Ik verstik u! Gij wilt schreeuwen slaken en kunt niet. Mijn duim drukt op uwen strot. Na zoet het zuur. Ik ben de Nachtmarewoord!…

Beminde Parochianenwoord

Pastoor PonckePoncke rechtte den romp op het kloppen en binnenkomen van KatrijneKatrijne.

— Jà, KatrijneKatrijne. Braaf van u de avond-atewoord hier te bezorgen.

— Ik peinsdewoord, Eerwaarde slaaft aan zijn sermoenwoord

Prontwoord geraden, Katrijne-dochterKatrijne! Elk sermoenwoord van mij is een pijler, waarop Dammewiki al hechter gegrond staat… Brood, kaas, melk… Danke, KatrijneKatrijne. En in het vooruit, goèdennacht.

— Van 'tzelfde, Eerwaarde.

Pastoor PonckePoncke at, dubde, al kauwend, op de voortzetting van het sermoenwoord, zètte het, verslonden, voort na de atewoord, bedekkend blad na blad met zijn fijn schrift. Soms knetterden de kaarsen en snoot hij de pitten. de veder schaverdijndewoord door de uren. Buiten entwaarwoord, alswoord de raadhuisbeiaard zweeg, draaide de ratelwacht den klepper en zong zijn oude stem schor de laat-avondstondewoord: Mannen, vrouwen, kinders, maà-àgen, El-le-ve heeft de klok geslà-àgen…

Pastoor PonckePoncke beëindigde het sermoenwoord, schreef er weids zijne naamteekening onder: Benedictus PonckePoncke, Pastoor van Dammewiki, Anno Domini(1)spreuken 1784.

De nachtwacht genaaktewoord rellendwoord de pastorijwoord, herhaalde zijn kondewoord, verwijderde zich… Pastoor PonckePoncke blies een kaars uit, ging met de andere naar boven, bad een poozewoord onder den kruis-

53
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl