bladzijde << 57 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

HET BANKET

Dochter-KatrijneKatrijne, zegde Pastoor PonckePoncke den avond van het naamdagfestijnwoord ten huize van den BaljuwBaljuw —, lang mij mijn tweede toogwoord uit de spindewoord.

En alswoord zij het verzoek bewilligdewoord en hem de soutanewoord wilde overhandigen, sprak hij werend:

— Neen, Katrijne-dochterKatrijne, het is niet voor het witwoord door u vermeendwoord. De toogwoord, welke ik draag, tooit nog weken zonder kuischwoord. 't Geen ge te verrichten hebt is dit: ge gaat naar de BaljuwBaljuw-huizingwoord en reikt er het kleed over. Héé, wat bevreemdt u daaraan, KatrijneKatrijne? De toogwoord is simpellijk door BaljuwBaljuw en BaljuwinBaljuwin op het banket genood, teneindewoord den naamdagwoord te vieren der BaljuwinBaljuwin. Buiten twijfel zal zij heurwoord er bij uitstek vermaken — uit ervaring weet ik, dat een banket in de Reigerstraat eene flonkerende festiviteit beduidtwoord. Gij weifelt, KatrijneKatrijne? Ik ben anderszinds geene weifelingen van u gewoon. De toogwoord ìs ten dischwoord gevraagd, geloof mij. Het zou on-schoonwoord zijn een personaliteit gelijkwoord Mijn-Heere de BaljuwBaljuw schennis te berokkenen inzake nobele zede. Flukswoord, KatrijneKatrijne, het is nijpendwoord tijd, dunkt me.

Pastoor Poncke'sPoncke ernst verwon de maartewoord.

Zij ging.

En keerde — mèt toogwoord en een epistelkewoord.

— Héé, KatrijneKatrijne, wat is dat nu? De BaljuwBaljuw verweigert mijne

57
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl