bladzijde << 45 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

vóór den noenwoord. Hij vlijde de onderarmen op de leuningen, strengelde de vingeren te zamen, deed het achterhoofd rusten tegen het peluwkewoord en lookwoord de oogen. Prinselijk sluimerde hij in.

Alswoord het Raadhuis den tweede nanoenslagwoord beierdewoord, gluurde Pastoor PonckePoncke, deels ontwaakt, gelijkwoord een kat door de oogkieren, den hof in, dommelde, gluurde van her, dommelde, gluurde — welhaast matelijk. Met deze doeningwoord vervloot een kwart stondewoord. Alsdanwoord opende hij de oogen volledig, duwde zich omhoog uit den zeten, ontsloot de kamerdeur en riep niet zonder bewogenheid:

— Katrìjne!

Hij wandelde overentweder tot de maartewoord heurwoord meldde. Zich vóór haar posteerend, zegde hij ernstig:

— De Dammenarenwiki worden gemeenlijkwoord oud, KatrijneKatrijne. Dit „gemeenlijkwoord” weert de uitzondering geenszins. De dood komt lijkwoord een dief in den nacht. KatrijneKatrijne, gij moet PruyckPruyck verwittigenwoord, onverwijldwoord te luiden over Corneel CaboorCorneel. Corneel CaboorCorneel is dood, KatrijneKatrijne.

— Ha-maar, zoo schielijkwoord, verschoot KatrijneKatrijne. — Ik zag hem deez uchtend met een kordewagenwoord.

— Ik zag hem eveneens, KatrijneKatrijne. Ik bevroedwoord: hij moet door een geraaktheid overvallen zijn…

— Maar, eerwaarde, gij hebt ge-noendutwoord. Hoe weet gij…

Pastoor PonckesPoncke blik ontmoette recht KatrijnesKatrijne en toch had KatrijneKatrijne, gelijkwoord zoo vaak, de gewaarwordingwoord alsof haar meester andere dingen schouwdewoord dan haar persoon. Pastoor PonckePoncke sprak:

KatrijneKatrijne, ik heb het bericht van den doode zelve.

— Heere…!, huiverde KatrijneKatrijne.

— Ja, zegde Pastoor PonckePoncke. — En repwoord u thans naar PruyckPruyck, Katrijne-dochterKatrijne. Tja, en wij zullen een anderen grafmaker moe-

45
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl