bladzijde << 124 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

een droom. Een droom evenwel, waarin gij u gebaad hebt en rein gekuischtwoord — en herboren zult gij opstaan. Zoo, nu zijt ge thuis. SocratesSocrates! Daar komt SocratesSocrates reeds aangedreveldwoord, SanderkenSanderken. Wilt ge aanvaarden, dat ik wel eens gedacht heb, dat SocratesSocrates een betooverd mensch zoude kunnen wezen! Geloofde ik aan tooverije, mijn gedacht ware een wéten. Wat houdt g'uw huizingskewoord properwoord, SanderkenSanderken —, KatrijneKatrijne gebetert het u niet. Ontkleed u. Neen, wacht efkes. Voor ik naar huis trek, verg ik een belofte van u af, gelijkwoord het mijn recht is. Zie mij aan, SanderkenSanderken. Schóónwoord. Met een halven blik ben ik al contentwoord. Luister nu: plechtig moet ge mij beloven, niet meer te doen 'tgeen ge deedt. Belooft ge 't mij, mijn vriend?

— Ja-ik, zegde SanderkenSanderken zacht, terwijl een plas zich vormde rondom zijn voeten. — Ja-ik en… en ge zijt welgedankt, Mijn-Heer Pastoor…

— Geen vereischte, mijn vriend, woof Pastoor PonckePoncke mild, — ik had het voor mij-zelf immers eveneens gedaan! En, om mij te verafscheidenwoord van u: toon u kloek voor Ons-Heer en gedenk allen dag: mors honesta vitam etiam turpem exornatspreuken, het welk zooveel bediedenwoord wil als: dat een eerlijke dood zelfs een schandelijk leven siert. Tot morgen, SanderkenSanderken.

En Pastoor PonckePoncke reed ter pastorijwoord, alwaar KatrijneKatrijne, den toestand van zijn soutanewoord gewaarwordendwoord, uitbarstte:

— Eerwaarde, wat hebt ge nu uitgehaald? Uw toogwoord, uwen goeden toogwoord bedorven! En zie mij uwe schoenen! Zijt ge gevallen? Hebt ge in 't water gelegen? Heere, is me dat verschieten!

— Ik ben een luttelwoord nat tot aan het middel, Katrijne-dochterKatrijne. Homo sum.1spreuken Een mensch kan uitgletsen, nietwaar? Ge moogt peinzenwoord dat ik inderdaad uitgegletst ben.

— Waar?

© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl