bladzijde << 168 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

aan uw pastoor als een man zoo karigwoord, dat hij zelfs de afsnijdsels van zijne nagels bewaart. Nu besef ik pas ten volle den zin van de zegging: hoe het een lichtere taak is een meelbuil vol vlooien 's uchtends in den beemdwoord te brengen en tegen deemsterwoord wederom bijeen te verzamelen, dan een vrek zijnen eigenzinnigen aard te verweeken. SchalleSchalle, SchalleSchalle! Zie, in tijden van regelmatige weelde zijt gij een ordentelijk mensch, die zijne minderen niet het vel over de ooren stroopt. Thans gebaart gij u benauwd. Maar in waarheid zijt gij duivelachtig behoedzaam geworden, zaagtwoord g' een gat om heemwoord en huid te verrijken door u het binnenste met een danige ijskorst te laten omvriezen. Goed, gaat uwen gang, Gouden-fontein-die-geen-water-geeft, Schalle-van-niemendalleSchalle! Tja, nu raakt ge in ongemak, want Gods toorn taaltwoord uit mij. Nochtans, SchalleSchalle: Gods líefde woont evenzeer in mij. En Gods liefde nooptwoord mij tot u te spreken: Verkiest gij het, ten achter te staan bij iemand als KrimpaertKrimpaert, uw gebuur? Verkiest gij het, dat ik in mijn sermoenwoord toespeling maak op een man met een heel luidelijken naam en die den winternood uitbuit ten koste van anderen, vernibbeldwoord lijkwoord hij zich toont op de alsaanwoord hoogere voedselprijzen en die, veinzend, de schaarschte van God gezonden roemt? Verkiest gij zulks, vriend? Geloof dat ik het doe. Wij, papenwoord, weten van recht. Edoch, zwijgen is op uw erf goud — niet voor u, voor mìj. En vertrekken van hier is mij dubbel-goud. Ik heb mij in u deerlijk vergist. Al kwaamt ge af met tien worsten, een hespwoord en een baken spek en boodt ge mij een baalke meel, morgen bij u af te halen door JaakJaak de groenselierwoord — ik zou zeggen: — Néén. Néén. Níet meer.

En Pastoor PonckePoncke keerde den boer den rug toe en omspande met de linkerhand de zadelknop, als ware hij zinnens zich luchtig-weg, met de behendigheid van een kunstruiter, in het zadel te slingeren ondanks de obstakelen. Toen hoestte de boer.

© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl