bladzijde << 170 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

Zoo, de saucijzen in dìt mandeke —, en de hespwoord op het spek in dìt. Schóónwoord. Het nog ledig mandeke er bovenop. Prontwoord. Danke. Hier hebt g' een kruiske, mijn kind. SchalleSchalle, ge zijt een man van uw woord. Maar buiten uw bijstand raak ik niet op SocratesSocrates, dieswoord… Dànke. Ik zìt. Wat zegt ge daar van bandieten? Tut-tut, vriend. Altemaalwoord kindersproken. Hang uw roerwoord gerust weêr aan den wand. Op het Damschewiki waagt zich geen boef. Geruchten hebben niet altijd feitelijke bronnen. Ik verwacht u Zondag in de hoogmis. Een kerstenewoord gelijkwoord gij, dat spreekt, stoeftwoord niet op zijne weldaden. Aalmoezen, welke naar de hand rieken, verliezen hun kracht voor den gever. En gedenk Ons-Heeren spreuk: Hetwelk gij den minste aan goeds onder u doet, hebt ge Mij gedaanMatteus 25:40. Geloof van mij, dat op de pastorijwoord de kelder ijdelwoord is aan vleezen en dat KatrijneKatrijne erover jeremieertwoord. Vrouwlingen zijn nu eenmaal zoo. Het is evenwel aldus, dat men den hemel wint. Valete(1)spreuken.

En Pastoor PonckePoncke reed henen, naar den volgenden hof. En ook hier bevocht hij de victorie. En eveneens op de andere hoven. En op de laatste hoevewoord snoerde hij zich het rugmandeke op en deed het den slot-buit behelzen. En alswoord men hem aldaar riedwoord, het rugmandeke eveneens op SocratesSocrates te bevestigen, zegde Pastoor PonckePoncke:

— Héé, hoe kunt ge zoo scheefwoord peinzenwoord! Heeft SocratesSocrates niet genoeg te dragen?

Na veel moeiten troonde hij van her in het zadel en ging het op Dammewiki aan, langs den kortsten weg, door het Geeraerdtsbosch en Pastoor PonckePoncke bemijmerde het, hoe de Heer-God zijn tocht had gezegend. De armen zouden dansen en de ingetogen zusterkensnon van Sint-JanJan kirrelen. Het priesterschap, bevond hij, is knechtschap en koningschap ineenen…

Tal van diergelijkhedenwoord overdenkend trok hij blijgezind het bosch door.

© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl