bladzijde << 218 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

niet afschepen. Zijn stem wierdwoord al luider en elk woord helderwoord verstaanbaar.

KatrijneKatrijne, Mijn-Heer Pastoor is wèl thuis. TistTist de smid zag hem een kwart uurke verleênwoord de smisse voorbijgaan met zijnen ezel. Hoe durft gij het zoo leelijk volhouden, KatrijneKatrijne. Mijn-Heer Pastoor is thuis en ik verg hem op slag te spreken. Het betreft een zaak van gewicht.

— Eerwaarde is niet hier!, verweerde KatrijneKatrijne heurwoord schel.

KatrijneKatrijne, geen larie-kalwoord. Hola, daar heb ik u! De ezel balkt! Geen beter bewijs!

Inderdaad, Pastoor PonckePoncke vernam het eveneens: SocratesSocrates balkte uitbundig…

Er viel een stilte in den gang.

Pastoor PonckePoncke duwde zich kregel uit den zetel omhoog, stapte naar de boekerijdeurwoord, rukte deze op een breede kier open en stak zijn hoofd in de gang.

— Zoo, snauwde hij den verbijsterden JaakJaak in 't gemoed, — wanneer ik niet thuis ben, bèn ik niet thuis. En schaam u, een ezel te gelooven en niet mij, ouden, bezadigden paapwoord!Hodja

En de boekerijdeurwoord knalde weer dicht.

Pastoor PonckePoncke bekortte zijne brevieringenwoord steeds meer. En in de nazomer waren zij allengswoord ingekrompen tot breedwoord een halve stondewoord. KatrijneKatrijne, die er heurwoord over verwonderde, zette hij de oorzaak ervan wijdloopig uiteen:

Katrijne-kindKatrijne, becijfer eens hoeveel jaar ik nu al den buiten heb gedaan met het getijdenboek. Gij komt dan tot een kloeke jarenreeks, nietwaar? En bepeinswoord nu het landschap waarover ik zulk een reeks van jaren het oog liet weiden. Het is alleszins schóónwoord, voorzeker. Bestendigwoord hoordet gij het mij roemen. Evenwel kan er een oogenblik in uw bestaan komen, dat ge ontdekt,

© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl