bladzijde << 247 >> van PASTOOR PONCKE, een boek van Jan H. Eekhout

rebelleert aleens tegen den Hemel. En ge wordt priester en vermeet u nòg zelfstandig te denken en, ho, dan hangt het gevaar aan uw hals! Tja, ik heb mijne vlekskes, mijn Vriend. Ik heb er grondig over nagedubd. Ik zou heel zuiver willen zijn op den dag van de Geboorte. En daarom wil ik Ons-Heer ontvangen. Ik ben nu eenmaal in extremis. Neen, geen tegenspraak. Vanavond, tegen den schemer, verwacht ik u. En ik wil nu probeeren een uurke te sluimeren.

En op den gestelden tijd ontving Pastoor PonckePoncke Ons-Heer en prees Pater MedardusMedardus nadienwoord:

— Danke, mijn Vriend, gij kent uwen stielwoord. Eh, kom eens met uw oor bij mij…

En Pastoor PonckePoncke, als vreesde hij, dat een buitenstaander hem beluisteren mocht, fluisterde hem den raad in, zijne sermoenenwoord niet op fluweelen voeten te doen tiegenwoord: — Mijne kinderen, mijn Vriend, zijn ruig van aard, ik ben bang, dat gij ze te zachtzinnig aanvat… schudt ze bij den kraag, raad ik u — en gij schudt ze Godwaarts. Verstaan?

Met schierwoord bovenmenschelijken wil hield Pastoor PonckePoncke zijn hartslag in gang, teerde op dagelijks een paar lepels meelspijs en een luttelwoord wijn en schertste in dit verband wijsgeerig: — Prontwoord teveel om te sterven en prontwoord te weinig om te leven, KatrijneKatrijne. Alzoo bied ik het Leven en den Dood elk het zijne, is er balancementwoord. Sterven, Katrijne-dochterKatrijne, acht ik een kunst — het sterven puur harmonisch te bedrijven, vermeenwoord ik. In mìj reiken Leven en Dood elkaar gelijkwoord kompanen de hand en ik ben hun bijaldienwoord geen slagveld. En Ons-Heer glimlacht over mij, KatrijneKatrijne. Stervers gelijkwoord ik liggen niet in menigte te grijp. Ik heersch als het ware een aasjenwoord over Dood en Leven — voor zooverre het mijn persoon betreft dan. Ik verkondig zulks niet uit verwaten-

247
© 1998-2010 bewonderaar@pastoorponcke.nl