de heiligen
Sint Jan
de heilige Katherina
  • Catharina van Alexandrië
  • met heur martelrad (bladzijde 22)
  • ook wel de heilige Catherina van het rad geheten (bladzijde 35)
  • of den Heilige Katherina-van-het-rad; zij schijnt de kracht van de snuif te verdubbelen (bladzijde 257)
Sint Franciscus
  • Franciscus van Assisi
  • hij zou het u kunnen getuigen, dat elke lach en elk lied den Heer-God geldt een felle beê (bladzijde 39)
  • Pastoor Poncke bezit een boek van hem, namelijk de Bloemekens (bladzijde 41)
  • een vastende heilige (bladzijde 152, 169)
  • hij heeft ergens verklaard dat Ons-Heer die van te lande het meest bemint (bladzijde 206)
  • hij at droog brood met assche bestrooid, want dat geeft klaarte in de ziel (bladzijde 230)
  • hij verheerlijkt de armoe als heel heilig (bladzijde 253)
den heiligen Augustinus
  • Augustinus van Hippo
  • hij zegde dat evenzeer als men nauwkeurig acht geeft op de spijzen, welke men gebruiken wil, men overwegen moet wat men uiten zal (bladzijde 65)
  • ook wel Augustijn genoemd; hij zegt: voor de hellepoort staat de Barmhartigheid teneinde te verhinderen, dat een mild man in het helsch gevang belandt (bladzijde 162)
Sint Joris
den Heiligen Eusebius
  • Eusebius van Caesarea
  • hij zegt: Goud en zilver verlokken en verleiden de Waarheid, moorden de reinheid en de gerechtigheid, verraden de trouw (bladzijde 84)
Sint Christoffel
den heiligen Chrysostomus
Sint Maarten
Sint Jacob
Sint Petrus
  • Petrus
  • die met het hoofd naar de aarde gekruisigd wierd (bladzijde 208)
Sint Stefaan
Sint Sebastiaan
Sint Cyriacus
Sint Laurentius
den Heiligen Gregorius
  • Gregorius van Nyssa
  • hij heeft verwittigd dat door gulzigheid velen zijn gestorven en nog dagelijks sterven er, niet enkel naar het lijf, doch ook naar de ziel (bladzijde 220)
den Heilige Poncke
  • allerminst een heilige (bladzijde 35)
  • kan slechts aan verziekte fantazije ontspruiten (bladzijde 108)
  • Heilig? Ik? Hoe kwaamt gij op zulk een onnoozelheid. Schouwt gij den lichtkrans der heiligen rondom mijnen schedel? Geen spierken van een schijnsel ontdekt ge? Zoude ik het anderszins niet zelve gewaargeworden zijn, 's uchtends in den spiegel? Zoude mijne maarte er blind voor gebleven zijn? Zoude ik dan 's avonds op mijne boekerij nog mijne kaarsen vannoode hebben, teneinde al meerdere wijsheid te delven uit de schrifturen van mystiekers, latijnsche poëten en diepzinnige geleerden? (bladzijde 131)
  • Nimmer was ik een heilige. Ik bezit er de talenten niet voor. (bladzijde 210)
  • welk een mallepraat (bladzijde 230)
Sint Nicolaas
Sint Paulus